ECLI:NL:RBDHA:2018:9351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende risico op vervolging in Libië
Eiser, een Libische nationaliteit behorende tot de Amazigh-stam en aanhanger van de Ibadi-geloofsstroming, diende een opvolgende asielaanvraag in na eerdere afwijzingen en vernietigingen van besluiten. Hij stelde dat hij bij terugkeer naar Libië vervolging te vrezen had vanwege zijn etniciteit en religie, onderbouwd met een fatwa van de Religieuze hoge Commissie Aifta uit juli 2017.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de Ibadi geen risicogroep vormen en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor vervolging sinds de fatwa. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. De fatwa roept niet expliciet op tot geweld en er zijn geen slachtoffers bekend.
De rechtbank overwoog tevens dat het beroep tegen het afwijzingsbesluit van rechtswege schorsende werking heeft conform het arrest Gnandi, maar dat eiser ten onrechte geen opvang heeft ontvangen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 6, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt vernietigd wegens strijd met de Terugkeerrichtlijn en onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsdreiging.