Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juli 2018 in de zaak tussen
[eiseres] te [plaats], eiseres
[ex-werkneemster] (ex-werkneemster), te [plaats]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een franchisegever en eigenrisicodrager in de uitzendbranche, kreeg een ziekengeldsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor haar ex-werkneemster die sinds 2015 ziek was gemeld. De rechtbank beoordeelde dat het re-integratiedossier onvoldoende inzicht gaf waarom passende werkhervatting binnen het eigen bedrijf niet mogelijk was, met name in spoor 1.
De bedrijfsarts had terugkeer in het eigen werk uitgesloten, maar had onvoldoende onderbouwd waarom ander passend werk binnen de organisatie niet mogelijk was. Er ontbrak een gedegen onderzoek naar functies op en onder het niveau van de ex-werkneemster. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen contact hoefde op te nemen met de bedrijfsarts omdat er geen verschil van inzicht was, maar een gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat er mogelijk re-integratiekansen zijn gemist en dat de ziekengeldsanctie daarom terecht is opgelegd. De overige beroepsgronden werden niet behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De ziekengeldsanctie tegen eiseres wordt bevestigd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.