Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 18 juni 2018;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 20 juni 2018;
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 25 juni 2018.
Rechtbank Den Haag
Zwammerdam Grond en Wegen B.V. heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.J. Alt-van Endt, rechter in de rechtbank Den Haag, in een civiele procedure tegen Van der Werff Infra B.V. Het verzoek is gebaseerd op vermeende vooringenomenheid van de rechter, onder meer vanwege het toelaten van bewijslevering door belanghebbende buiten de gestelde termijnen en het heropenen van het getuigenverhoor.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat de omstandigheden die aanleiding gaven tot wraking al vanaf november 2017 bekend waren. Het verzoek werd pas op 18 juni 2018 ingediend, ruim na het moment waarop het had moeten worden ingediend. Verzoekster kon geen redelijke verklaring geven voor deze vertraging.
Gezien de te late indiening is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en is aan een inhoudelijke beoordeling niet toegekomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.