ECLI:NL:RBDHA:2018:8639
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- T.F. Hesselink
- H.W. Vogels
- D.G.J. Dop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, gedetineerd en vertegenwoordigd door zijn raadsman, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in zijn strafzaak. Dit verzoek was gebaseerd op een incident tijdens een zitting waarbij de raadsman tegen de tolk uitte dat hij een aanhoudingsverzoek wilde indienen vanwege nieuw ingebrachte tapgesprekken. De rechter vroeg hierop wat het geroezemoes was en gaf aan dat een aanhoudingsverzoek aan haar moest worden gericht, niet aan de tolk. De raadsman interpreteerde dit als een verbod om te communiceren en vreesde daardoor vooringenomenheid van de rechter.
De rechter ontkende vooringenomenheid en verklaarde dat haar vraag niet bedoeld was als verbod, maar als ordemaatregel. De officier van justitie onderschreef dit standpunt. De rechtbank oordeelde dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat hier niet aan de orde was.
De rechtbank concludeerde dat de enkele mededeling van de rechter geen aanleiding geeft tot vrees voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek daarom af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.