Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1,
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft de afwijzing van aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de ouders, broers en zussen van een Eritrese asielzoeker (referente). De ouders werden afgewezen wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van bewijs van familieleven; de broers en zussen werden afgewezen omdat zij niet in aanmerking komen voor mvv nareis en ook geen familieleven konden aantonen.
Eisers stelden dat zij in Eritrea als gezin samenwoonden en dat bewijsnood bestond vanwege het ontbreken van identiteitsdocumenten en detentie van familieleden. Zij beroepen zich op het EVRM en een arrest van het Europese Hof van Justitie over gezinshereniging minderjarigen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris conform de nieuwe vaste gedragslijn handelt door te eisen dat officiële documenten worden overgelegd of aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet beschikbaar zijn. Onofficiële documenten zoals foto’s en een UNHCR-pas zijn onvoldoende om de familieband aan te tonen of aanvullend onderzoek te rechtvaardigen.
De rechtbank ziet geen reden om de zaak aan te houden voor nadere stukken en concludeert dat de staatssecretaris niet onrechtmatig heeft gehandeld door de aanvraag af te wijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs van familieleven.