ECLI:NL:RBDHA:2018:8068

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2018
Publicatiedatum
6 juli 2018
Zaaknummer
NL18.11070
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel

Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 juni 2018 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd geen verblijfsvergunning regulier verleend en geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 26 juni 2018. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep, was het verzoek om voorlopige voorziening niet meer mogelijk.

De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.E. Dutrieux, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment als griffier, en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het hoofdberoep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.11070

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Nieman).

ProcesverloopBij besluit van 12 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 31 mei 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt verzoeker geen verblijfsvergunning regulier verleend om te verblijven bij zijn meerderjarige zoons en wordt ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aan verzoeker wordt een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.11069, plaatsgevonden op 26 juni 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Coric. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL18.11069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.