ECLI:NL:RBDHA:2018:8068
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 juni 2018 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd geen verblijfsvergunning regulier verleend en geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 26 juni 2018. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep, was het verzoek om voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.E. Dutrieux, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment als griffier, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het hoofdberoep heeft beslist.