ECLI:NL:RBDHA:2018:8052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod bij afhankelijkheidsrelatie met Nederlandse kinderen
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, betwist het terugkeerbesluit en het opgelegde inreisverbod van twee jaar. Hij voert primair aan dat hij op grond van een afhankelijkheidsrelatie met zijn drie Nederlandse kinderen een declaratoir verblijfsrecht heeft, verwijzend naar artikel 8 Vw Pro en artikel 20 VWEU Pro en het Chavez-Vilchez arrest. De rechtbank oordeelt dat de Terugkeerrichtlijn wel op hem van toepassing is en dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij verblijfsrecht kan ontlenen aan de afhankelijkheidsrelatie.
Subsidiair stelt eiser dat hem een termijn voor vrijwillig vertrek had moeten worden gegeven vanwege de schoolgaande kinderen. De rechtbank stelt vast dat verweerder de persoonlijke omstandigheden heeft meegewogen en dat het onthouden van een vertrektermijn gelet op het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt, gerechtvaardigd is. De moeder van de kinderen verzorgt hen en er is geen bewijs dat zij geen derden kan inschakelen.
Eiser betwist ook de zorgvuldigheid van het opleggen van het inreisverbod, maar de rechtbank concludeert dat eiser tijdens het verhoor voldoende is geïnformeerd en gelegenheid heeft gehad zijn zienswijze te geven. Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.