ECLI:NL:RBDHA:2018:798
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige vrees voor bloedwraak in Albanië
Eiser, een Albanees, verzocht om een verblijfsvergunning asiel nadat hij Albanië had verlaten uit angst voor bloedwraak vanwege een incident uit 1997 waarbij zijn broer een maffialid had gedood. Hij stelde dat een neef van het gedode maffialid hem en zijn familie sinds 2016 bedreigde, waardoor hij niet veilig zou zijn in Albanië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van de aanwijzing van Albanië als veilig land van herkomst en twijfelde aan de geloofwaardigheid van de dreigingen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom het land in zijn specifieke geval niet veilig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de dreigingen en de verzoeningspogingen niet overtuigend waren en dat het onduidelijk was waarom de bloedwraak pas jaren later zou plaatsvinden. Ook werd meegewogen dat de familie van eiser zonder problemen in Albanië verbleef.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit terecht is genomen, inclusief het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod van twee jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige vrees voor bloedwraak.