ECLI:NL:RBDHA:2018:7592
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal beslag wegens misbruik van bevoegdheid door weigering medewerking
Partijen zijn voormalige echtgenoten die na hun echtscheiding diverse geschillen hadden over alimentatie en de verdeling van hun woningen. In 2008 legde de vrouw executoriaal beslag op het aandeel van de man in zijn woning wegens vermeende achterstallige alimentatiebetalingen. De man betwistte destijds de achterstand en stelde dat het beslag onterecht was.
Jarenlang heeft de vrouw via advocaten en deurwaarders verschillende bedragen geclaimd, variërend van kleine achterstanden tot grote sommen, zonder dat dit tot daadwerkelijke executiemaatregelen leidde. De man heeft steeds betwist dat er sprake was van een achterstand, mede omdat hij hypotheeklasten voor de woning van de vrouw betaalde en deze bedragen verrekende met alimentatie.
In 2018 verzocht de man de vrouw om medewerking aan opheffing van het beslag, omdat hij de woning wilde verkopen om zijn schulden te voldoen na werkloosheid. De vrouw weigerde en stelde een grote achterstand in alimentatie vast. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw geen redelijk belang heeft bij handhaving van het beslag, mede omdat het beslag al tien jaar oud is, de woningverdeling vaststaat en de man zonder medewerking van de vrouw uitvoering kan geven aan de tenaamstelling.
De rechtbank verklaarde het beslag opgeheven en wees de overige vorderingen af. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de woning wordt opgeheven wegens misbruik van bevoegdheid door de vrouw.