ECLI:NL:RBDHA:2018:7419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vierde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, een Sri Lankaanse asielzoeker, heeft zijn vierde asielaanvraag ingediend met als grond dat hij vreest voor onevenredige bestraffing wegens illegale uitreis uit Sri Lanka. Ter onderbouwing overlegt hij onder meer een geluidsopname en transcriptie van een telefoongesprek met een medewerker van de Sri Lankaanse ambassade.
Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen nieuwe relevante elementen of bevindingen heeft aangevoerd. De rechtbank volgt dit standpunt en overweegt dat de authenticiteit van de geluidsopname niet is aangetoond, mede doordat geen onafhankelijke derden bij het gesprek aanwezig waren.
Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de Sri Lankaanse autoriteiten op de hoogte zijn of zullen raken van zijn illegale uitreis, noch dat hij bij terugkeer zal worden gedetineerd. Ook de verwijzingen naar individuele zaken en de overlijdensakte van zijn vader vormen geen nieuwe relevante elementen.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de vierde asielaanvraag.