Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2018 in de zaken tussen
de minister van Justitie en Veiligheid, voorheen de minister van Veiligheid en Justitie (de minister
), te Den Haag,
[eiser], te [plaats ], eiser,
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam bij een penitentiaire inrichting, meldde zich ziek wegens rug- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, omdat eiser 100% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit, stellende dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was.
Eisers stelden dat sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met een psychiatrisch rapport van dr. N. Kaymaz. Verweerder baseerde zich op een rapport van verzekeringsarts b&b en een deskundigenrapport van prof. dr. H.J.C. van Marle, die concludeerden dat verbetering van de belastbaarheid mogelijk was.
De rechtbank volgde het onafhankelijke deskundigenrapport, dat een verbetering constateerde en geen medische eindsituatie zag. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het standpunt innam dat geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid, waardoor geen recht op IVA-uitkering bestond. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en wijst het beroep af.