ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na vestibularis-schwannoom met aangepaste belastbaarheid
Appellant, een voormalig heftruckchauffeur, kreeg sinds 1995 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na een auto-ongeval en de diagnose van een vestibularis-schwannoom. Na diverse herbeoordelingen handhaafde het UWV aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 25-35%, ondanks klachten als duizeligheid en evenwichtsstoornissen.
Appellant stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen en dat het onderzoek onzorgvuldig was, omdat geen contact was opgenomen met zijn behandelend specialist. Na diverse rapporten van deskundigen, waaronder KNO-artsen en arbeidsdeskundigen, werd vastgesteld dat appellant niet kon werken in omgevingen die zijn evenwichtszin negatief beïnvloeden.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en stelde vast dat appellant per 1 november 2007 voor 35-45% arbeidsongeschikt moet worden geacht, met de beperking dat hij niet kan werken in functies die zijn evenwichtszin belasten. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant is herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid met beperkingen voor werk in evenwichtszin-beïnvloedende omgevingen.