AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontnemingsvordering wegens overtreden gedoogcriteria bij hennepvoorraad coffeeshop
De rechtbank Den Haag behandelde een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die hennep verkocht vanuit een coffeeshop. Hoewel de verkoop aan de gedoogcriteria voldeed, werd de bevoorrading van de coffeeshop met een handelsvoorraad van ruim 53 kilo hennep in nabijgelegen panden als overtreding van het gedoogbeleid aangemerkt. De voorraad overschreed het maximum van 500 gram handelsvoorraad, waardoor de veroordeelde niet mocht vertrouwen op het uitblijven van een ontnemingsvordering.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou zijn wegens strijd met beginselen van behoorlijke procesorde en rechtszekerheid. De vordering werd gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd gebaseerd op winstberekeningen over de jaren 2007 tot en met 2010, gecorrigeerd voor niet-aftrekbare kosten en legale omzet, resulterend in een bedrag van €637.171,16.
De rechtbank erkende een overschrijding van de redelijke termijn met ruim vier jaar en verlaagde het te betalen bedrag met €35.000. Tevens hield zij rekening met gewijzigde inzichten in het gedoogbeleid en de coffeeshopproblematiek, waardoor het bedrag met tweederde werd verminderd. Uiteindelijk werd de betalingsverplichting vastgesteld op €200.723,72, waarbij de veroordeelde betalingen niet op zijn belastbaar inkomen mag aftrekken. De veroordeelde stemde hiermee in tijdens de zitting.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €200.723,72 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overtreding van het gedoogcriterium voor handelsvoorraad hennep.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal van de Financiële Recherche Unit Haaglanden met nummer 2012002588 (hierna: het ontnemingsrapport), blz. 1 t/m 957.
2.Ontnemingsrapport, blz. 568-569; een geschrift, zijnde een afschrift van de door de veroordeelde aangifte IB 2010, als bijlage gevoegd achter het proces-verbaal d.d. 7 augustus 2017 met nummer 2017-08-0710:19 FIN.
3.Ontnemingsrapport, blz. 552.
4.Ontnemingsrapport, blz. 554.
5.Ontnemingsrapport, blz. 556.
6.Ontnemingsrapport, blz. 548.
7.Ontnemingsrapport, blz. 568: omzet winkel 19% (€ 31.508,76) + omzet winkel 6% (€ 227.873,53) – inkoop winkel 19% (€ 33.277,44) – inkoop winkel 6% (€ 64.097,43) = € 162.007,42. Verminderd met pro rata € 41.533,00 aan bedrijfskosten resteert netto € 116.474,00 een winst.
8.Ontnemingsrapport, blz. 564-565.
9.Geschriften, te weten afschriften van belastingaanslagen, opgelegd aan de veroordeelde over de jaren 2007 tot en met 2010, als bijlagen gevoegd achter de pleitnotities van de raadsman, overgelegd ter terechtzitting van 9 januari 2018.
10.Geschriften, te weten twee overzichten met rentevergoedingen, als bijlagen gevoegd achter het requisitoir van de officier van justitie, overgelegd ter terechtzitting van 9 januari 2018.
11.Ontnemingsrapport, blz. 564.