ECLI:NL:RBDHA:2018:6967
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering ontruiming woning wegens dringend eigen gebruik in kort geding
In deze zaak vordert eiser ontruiming van een woning die hij verhuurt aan gedaagde, met als grond dringend eigen gebruik. Eiser stelt dat hij het gehuurde dringend nodig heeft vanwege het beëindigen van zijn relatie en het ontbreken van een alternatief onderkomen. Gedaagde voert verweer en stelt dat hij de woning nodig heeft vanwege zijn werk en het ontbreken van een gelijkwaardige huurwoning.
De kantonrechter stelt dat voor toewijzing in kort geding zeer bijzondere omstandigheden vereist zijn, omdat de huurovereenkomst van rechtswege voortduurt tot de bodemrechter een definitief oordeel geeft. Eiser had al een bodemprocedure kunnen starten, maar heeft dit nagelaten. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat de bodemrechter de opzegging of ontbinding zal toewijzen op grond van de door eiser genoemde tekortkomingen.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot. De uitspraak benadrukt het belang van het volgen van de juiste procedure en het respecteren van de wettelijke bescherming van huurders.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen.