ECLI:NL:RBDHA:2018:6481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid naheffingsaanslag parkeerbelasting en kosten
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat op 31 juli 2017 zijn auto zonder zichtbare vergunning geparkeerd stond op een terrein waar betaald parkeren geldt. Eiser voerde aan dat hij via zijn werkgever een parkeervergunning had, maar deze was niet correct zichtbaar bevestigd. De parkeercontroleur heeft het voertuig grondig gecontroleerd en geen vergunning aangetroffen.
De rechtbank overweegt dat een werknemersvergunning achter de voorruit moet zijn bevestigd en van buitenaf leesbaar moet zijn. Dit was niet het geval, waardoor volgens vaste jurisprudentie de aanslag terecht is opgelegd. Daarnaast is vastgesteld dat de kosten van handhaving de opbrengsten niet overschrijden.
De stelling dat de aanslag onbevoegd is opgelegd vanwege late publicatie van het aanwijzingsbesluit wordt verworpen, omdat eiser geen nadeel heeft ondervonden. Ook het argument dat de parkeerplaats vrijgesteld zou zijn van parkeerbelasting wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief kosten blijft gehandhaafd.