ECLI:NL:RBDHA:2018:6317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek alleenstaande Iraakse vrouw wegens ontbreken uitzonderlijke situatie en individuele bescherming
Eiseres, een alleenstaande vrouw van Iraakse nationaliteit, verzocht in oktober 2015 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van het ontbreken van een uitzonderlijke situatie in Bagdad en onvoldoende onderbouwing van haar persoonlijke beschermingsbehoefte.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheidssituatie in Bagdad niet significant was gewijzigd ten opzichte van eerdere beoordelingen en dat de erkenning door de UNHCR als prima facie vluchteling geen individuele bescherming impliceert. Tevens kon eiseres onvoldoende aantonen dat haar echtgenoot haar niet kon beschermen of zich niet bij haar kon voegen.
Na behandeling van het beroep en het sluiten van het onderzoek, concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.