ECLI:NL:RBDHA:2018:6126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser diende op 5 maart 2018 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland op grond van de Dublinverordening. Duitsland stemde in met terugname van eiser via het claimakkoord.
Eiser voerde aan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat er sprake is van systematische tekortkomingen, met name inzake gefinancierde rechtsbijstand. De rechtbank oordeelt dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand in Duitsland afhankelijk mag zijn van de kans van slagen van de procedure, mits beoordeeld door een onafhankelijke rechter.
Verder stelde eiser dat het gebruik van een niet-registertolk onrechtmatig was. De rechtbank vond de motivering van verweerder, dat geen beëdigde tolk tijdig beschikbaar was vanwege spoedeisendheid, voldoende en concludeerde dat eiser niet is geschaad.
De rechtbank ziet geen grond om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken of om de overdracht aan Duitsland als onrechtmatig te beschouwen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.