ECLI:NL:RBDHA:2018:6034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens bescherming in Roemenië
Eisers, een Syrisch stel, hebben op 28 maart 2018 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvragen niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers sinds 13 oktober 2015 internationale bescherming genieten in Roemenië. Eisers voerden aan dat Roemenië haar verdragsverplichtingen niet nakomt en dat zij gediscrimineerd worden en geen adequate hulp ontvangen.
De rechtbank overweegt dat het zorgvuldiger was geweest als verweerder de aanvullende stukken had afgewacht, maar dat dit niet tot belangenverlies heeft geleid omdat deze stukken alsnog zijn betrokken. De rechtbank stelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Roemenië een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro of het Antifolterverdrag.
Hoewel de situatie in Roemenië voor statushouders niet optimaal is, leidt dit niet tot een onhoudbare situatie. Eisers moeten zich bij problemen wenden tot hogere autoriteiten in Roemenië. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.