ECLI:NL:RBDHA:2018:5895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijfsrecht burgers van de Unie wegens onvoldoende aaneengesloten rechtmatig verblijf
Eiseres, met Bulgaarse nationaliteit, verzocht om een document voor duurzaam verblijfsrecht als burger van de Unie. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet kon aantonen dat zij vijf jaar aaneengesloten rechtmatig in Nederland verbleef, mede vanwege een detentieperiode die niet meegeteld mag worden.
Eiseres stelde dat zij sinds 2001 in Nederland woonde en vanaf 2008 was ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Zij voerde aan voldoende middelen van bestaan te hebben gehad en reële arbeid te hebben verricht. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor het ononderbroken verblijf sinds 2001 en dat de detentieperiode de aaneengesloten verblijfsperiode onderbrak.
Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie werd geoordeeld dat perioden van detentie niet mogen worden meegeteld en dat perioden voor en na detentie niet mogen worden samengevoegd. Hierdoor kon eiseres niet voldoen aan de vereiste van vijf jaar aaneengesloten rechtmatig verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag duurzaam verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.