ECLI:NL:RBDHA:2018:5871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en leeftijdsregistratie in Italië
Eiser, een Eritrese nationaliteit, verzocht op 23 december 2017 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Nederland weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname bij Italië ingediend, dat op 21 februari 2018 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij minderjarig is en dat Nederland de asielaanvraag aan zich moet trekken. Hij onderbouwde dit met een schoolrapport, maar kon zijn leeftijd verder niet documenteren. De rechtbank oordeelde dat Nederland op grond van het interstatelijke vertrouwensbeginsel mocht uitgaan van de in Italië geregistreerde meerderjarige leeftijd, omdat eiser geen bewijs leverde dat deze registratie onjuist was.
Daarnaast stelde eiser dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven op het voornemen, omdat dit niet aan zijn gemachtigde was verzonden. De rechtbank vond dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid, maar dat dit geen andere uitkomst zou hebben gehad. Ook de stelling dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt werd verworpen op basis van jurisprudentie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.