ECLI:NL:RBDHA:2018:5433
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procesbeslissing in diefstalzaak
Verzoekster, verdacht van diefstal, verzocht bij de politierechter om aanhouding van de zaak voor een rapport over haar toerekeningsvatbaarheid door het NIFP. De rechter wees dit verzoek af, waarna verzoekster de rechter wrak. De wrakingskamer behandelde het verzoek zonder aanwezigheid van verzoekster en de gewraakte rechter.
Verzoekster stelde dat zij geen goed verweer kon voeren zonder een deskundigenrapport, gezien haar medische voorgeschiedenis en reclasseringsrapport. De rechter vond echter dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bood voor ernstige psychische problematiek die de toerekeningsvatbaarheid zou beïnvloeden en dat het aan de verdediging was om een dergelijk verzoek met concrete medische informatie te onderbouwen.
De officier van justitie steunde de rechter en benadrukte dat het hier een zuiver procesbeslissing betrof zonder aanwijzingen voor vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter een procedurele aard heeft en dat deze niet getoetst kan worden in een wrakingsverzoek. Er was geen sprake van onbegrijpelijkheid of schijn van vooringenomenheid, zodat het wrakingsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen omdat de beslissing een procesbeslissing betreft die niet getoetst kan worden in een wrakingsverzoek.