ECLI:NL:RBDHA:2018:5272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen
De rechtbank Den Haag behandelde op 16 april 2018 het verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen. De minderjarigen verblijven feitelijk bij hun moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De ouders zijn uit elkaar en er is sprake van een verstoorde communicatie, waarbij de moeder angstig is voor de vader vanwege huiselijk geweld in het verleden. De vader wordt niet als belanghebbende aangemerkt omdat hij geen gezag heeft.
De gecertificeerde instelling stelde dat verlenging nodig is om te beoordelen of contactherstel tussen de minderjarigen en de vader mogelijk is. De vader respecteert het huidige contactverbod en heeft geen bezwaar tegen verlenging, wenst wel contact te houden. De moeder betoogt dat de situatie is verbeterd, de minderjarigen zich goed ontwikkelen en de verstoorde communicatie niet door ondertoezichtstelling zal verbeteren.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling niet voldoende zijn. De minderjarigen worden niet in hun ontwikkeling bedreigd, er is rust in het gezin en de moeder is bereid contactherstel te faciliteren als de minderjarigen dat wensen. Daarom wordt het verzoek tot verlenging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de minderjarigen zich goed ontwikkelen en de wettelijke gronden ontbreken.