ECLI:NL:RBDHA:2018:5249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake mondelinge aanzegging beëindiging opvang na verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een mondelinge aanzegging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) waarin hem werd medegedeeld dat hij uiterlijk op 28 augustus 2017 de opvang in een AZC moest verlaten. Eerder had eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen, op grond waarvan hij geen recht meer had op opvang. De mondelinge aanzegging volgde op gesprekken en een schriftelijk verslag, maar vormde geen zelfstandig besluit.
De rechtbank heeft eerst haar bevoegdheid onderzocht. Op grond van artikel 1:3 Awb Pro is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Beroep kan alleen worden ingesteld tegen een besluit. De rechtbank oordeelde dat de mondelinge aanzegging geen besluit is omdat het geen zelfstandig rechtsgevolg heeft; het is slechts een mededeling van het gevolg van het eerdere besluit tot verlening van de verblijfsvergunning.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:925) en verklaarde zich onbevoegd om op het beroep te beslissen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat de mondelinge aanzegging geen besluit is en daarom niet vatbaar voor beroep.