ECLI:NL:RBDHA:2018:5221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen Dublinterugnamebesluit ondanks onjuiste grondslag
Eiser, een Egyptische asielzoeker, verzocht in Nederland om een verblijfsvergunning asiel na eerdere aankomst in Italië en een afwijzing in Luxemburg. Verweerder nam zijn aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublinakkoord, waarbij Italië verantwoordelijk werd geacht.
Eiser voerde aan dat hij in Italië nooit asiel heeft aangevraagd en dat het terugnameverzoek op een verkeerde juridische grondslag was gebaseerd. Hij stelde dat Luxemburg verantwoordelijk zou zijn of dat nader onderzoek naar bereidheid van Italië noodzakelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad geen asielaanvraag in Italië had gedaan, waardoor het terugnameverzoek op een onjuiste grondslag rustte. Echter, op grond van de Dublinverordening is Italië als eerste binnenkomende lidstaat verantwoordelijk, waardoor het besluit inhoudelijk juist was.
De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe en passeerde het gebrek, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij hierdoor in zijn belangen was geschaad. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het Dublinterugnamebesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.