ECLI:NL:RBDHA:2018:5123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning minderjarige asielzoeker wegens motiveringsgebrek
Eiser, een minderjarige Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser in Portugal internationale bescherming geniet. Eiser voerde aan dat Portugal hem onvoldoende bescherming bood gezien zijn leeftijd en medische klachten en dat hij in Nederland wel de benodigde begeleiding ontvangt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij het belang van het kind heeft betrokken bij zijn besluit, wat een motiveringsgebrek oplevert. Tevens is vastgesteld dat verweerder een eigen onderzoekplicht heeft bij minderjarige vreemdelingen, die hij niet heeft nageleefd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vermeende toezegging niet concreet en bevoegd is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het belang van het kind moet zwaarder worden meegewogen en verweerder dient nader onderzoek te doen naar de specifieke omstandigheden van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en onvoldoende betrokkenheid van het belang van het kind.