ECLI:NL:RBDHA:2018:4689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens kennelijke ongegrondheid niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, geboren in 1997 en afkomstig uit de Westelijke Sahara, diende op 24 november 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat terugkeer naar zijn land van herkomst onmogelijk is vanwege mishandelingen en discriminatie, onder meer vanwege zijn vermeende homoseksualiteit. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij werd aangenomen dat Algerije als veilig land van herkomst geldt en eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bescherming nodig had.
Eiser voerde aan dat hij homoseksueel of biseksueel is en dat hij in Algerije geen bescherming kan verwachten, mede omdat hij staatloos is. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van eiser aan dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had onderhouden. De rechtbank overwoog dat eiser daardoor geen belang heeft bij inhoudelijke behandeling van het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel en griffier J.C. de Grauw op 20 maart 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door het ontbreken van contact met zijn gemachtigde.