ECLI:NL:RBDHA:2018:4502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf zonder aanvraag verblijfsvergunning
Eiser, een Servisch staatsburger zonder rechtmatig verblijf of aanvraag voor een verblijfsvergunning in Nederland, kreeg op 6 juli 2017 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Hij stelde dat het besluit disproportioneel was, onvoldoende was gemotiveerd en dat hij op grond van artikel 8 EVRM Pro en humanitaire redenen niet kon terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep vanwege onvoldoende financiële middelen voor griffierecht. De rechtbank stelde vast dat eiser voorafgaand aan het besluit was gehoord en zijn zienswijze had kunnen geven. De rechtbank verwierp het betoog dat verweerder onvoldoende kennis had vergaard of dat individuele omstandigheden niet waren meegewogen.
Verder overwoog de rechtbank dat de Terugkeerrichtlijn geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro vereist bij het opleggen van een terugkeerbesluit. Eiser had de mogelijkheid om een verblijfsvergunning aan te vragen indien hij meende op grond van familie- of gezinsleven daartoe gerechtigd te zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.