ECLI:NL:RBDHA:2018:4490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende aannemelijkheid doel en twijfel terugkeer
Eiseres, een Kirgizische nationaliteit houdende vrouw, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf met als doel een bezoek aan een familievriend in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat er redelijke twijfel bestond over haar voornemen om tijdig terug te keren naar Kirgizië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich voldoende had gemotiveerd, met name door te wijzen op het gebrek aan verifieerbare informatie over het verblijfsdoel en de omstandigheden, en de geringe sociale en economische binding van eiseres met haar land van herkomst. De eerdere aanvraag bij de Duitse ambassade kon daarbij worden betrokken.
Eiseres stelde dat de hoorplicht was geschonden en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld aanvullende stukken te overleggen, maar de rechtbank verwierp dit omdat verweerder een vragenformulier had toegezonden en eiseres daar niet alle gewenste informatie had verstrekt.
De rechtbank concludeerde dat de garanties van de referent niet konden compenseren voor het niet voldoen aan de voorwaarden van de Visumcode en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.