ECLI:NL:RBDHA:2018:416
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de mondelinge behandeling op 16 januari 2018 was eiser afwezig met bericht van verhindering. De rechtbank oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is en dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen.
De rechtbank overwoog dat de wijze waarop Duitsland rechtsbijstand aan asielzoekers organiseert voldoet aan de Europese Procedurerichtlijn 2013/32. Eiser kon niet aannemelijk maken dat er tekortkomingen zijn in het Duitse systeem of dat hij zich niet tot de Duitse autoriteiten kan wenden. Hierdoor blijft het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Duitsland van toepassing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter Klein Tank in aanwezigheid van griffier Nobel. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.