ECLI:NL:RBDHA:2018:414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening met overdracht naar Italië
Eiser diende op 6 juli 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder via Italië de EU was binnengekomen en in Duitsland een asielverzoek had ingediend. Op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening werd Italië verzocht hem terug te nemen. Na afwijzingen en wederzijdse verzoeken stemde Italië uiteindelijk in met terugname.
Eiser voerde aan dat hij minderjarig is en dat in Italië en Duitsland geen correcte leeftijdsregistratie had plaatsgevonden, waardoor hij onterecht als meerderjarige werd geregistreerd. Tevens stelde hij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang, onderbouwd met diverse rapporten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van de Italiaanse registratie als meerderjarige, omdat eiser geen authentieke documenten overlegde. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak. De rapporten van eiser tonen geen zodanige structurele tekortkomingen dat overdracht aan Italië verboden is. Eiser is niet geslaagd in zijn bewijsverplichting en het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.