ECLI:NL:RBDHA:2018:3764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering en onduidelijke veiligheidsrisico's
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar bekering van de islam tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Zij stelde dat zij vanwege haar geloofsverandering en de bedreiging door haar ex-echtgenoot en autoriteiten moest vluchten.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over het proces van bekering en de gevaren in Iran. Eiseres voerde aan dat zij onterecht in een versnelde procedure werd behandeld en dat haar psychische toestand onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de procedure correct was gevolgd, het FMMU-advies en medische stukken adequaat waren beoordeeld, en dat de verklaringen van eiseres tegenstrijdig en bevreemdend waren. Ook waren de veiligheidsrisico's onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede gelet op haar vrijwillige terugkeer naar Iran en het ontbreken van concrete bedreigingen.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende aannemelijkheid van de gevreesde vervolging.