ECLI:NL:RBDHA:2018:3763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering en problemen
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de problemen die hij daardoor zou ondervinden in Iran. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de bekering en de opgevoerde problemen.
De rechtbank overwoog dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig waren, maar dat de overige elementen ongeloofwaardig waren. Eiser stelde dat verweerder onredelijk handelde door de aanvraag in de versnelde procedure af te wijzen en voerde tegenstrijdigheden in de beoordeling aan.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader juist was toegepast en dat de tegenstrijdigheden en bevreemdende verklaringen van eiser de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook de medische en procedurele omstandigheden werden niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank zag geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van een rapport over het geloofsgesprek. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en de opgevoerde problemen.