ECLI:NL:RBDHA:2018:3762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op duurzaam verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres, een Bulgaarse gemeenschapsonderdaan, voerde aan sinds haar inschrijving in het BRP en Kamer van Koophandel rechtmatig in Nederland te verblijven en daarmee in aanmerking te komen voor duurzaam verblijf. Verweerder stelde vast dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat zij geen rechtmatig verblijf had na de vrije termijn van drie maanden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat zij minimaal een jaar reële en daadwerkelijke arbeid als zelfstandige had verricht of op andere wijze rechtmatig verblijf had. Ook het bezit van een document op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet Pro 2000 en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagden niet.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was een belangenafweging te maken of te toetsen op verblijf op humanitaire gronden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en duurzaam verblijfsrecht.