Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser] ,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
3l. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Verweerder heeft ter zitting aangegeven belang te hebben bij het kunnen effectueren van de overdracht van Dublinclaimanten. Daartoe is in dit geval de inbewaringstelling noodzakelijk, hetgeen naast de omstandigheden genoemd in de maatregel ook blijkt uit het feit dat eiser een keer niet aan zijn meldplicht heeft voldaan.
De rechtbank is van oordeel dat de genoemde afweging niet leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser kort (1 uur en 40 minuten) na de inbewaringstelling is gehoord en dat eiser in dat gehoor geen feiten naar voren heeft gebracht die voor verweerder nog niet bekend waren c.q. die wellicht hadden moeten leiden tot toepassing van een lichter middel. Eiser heeft immers herhaald niet te willen terugkeren naar Zwitserland maar bij zijn kinderen te willen blijven. Verder heeft eiser gezegd zijn enkel verstuikt te hebben en medicijnen tegen waterpokken te gebruiken, maar niet onder behandeling van een arts te staan. Deze medische aspecten staan niet aan oplegging van de maatregel in de weg. Als eiser voorafgaand aan de inbewaringstelling was gehoord, had de besluitvorming dus geen andere afloop gehad.
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
F.E. Jurgens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2018.