ECLI:NL:RBDHA:2018:3160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid eerwraakverklaringen en vestigingsalternatief in Koerdische Autonome Regio
Eiser, een Iraakse asielzoeker, vreesde eerwraak vanwege een moord gepleegd door de broer van zijn vrouw op haar werkgever. De staatssecretaris wees zijn asielaanvraag af omdat de verklaringen over deze vrees ongeloofwaardig waren en er een vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Regio (KAR) aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt hoe zijn zwager op de hoogte was van het werk van zijn vrouw en waarom hij dacht dat zij was verkocht. Ook vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser zijn vrouw toestond in het huis van een andere man te werken zonder zich te verdiepen in diens situatie, gezien de sociale context.
Verder werd vastgesteld dat eiser Koerdisch-Sorani spreekt, familie in de KAR heeft en daar geregistreerd is, waardoor het vestigingsalternatief reëel is. Omdat eiser geen geloofwaardige vrees voor ernstige schade aannam, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige eerwraakverklaringen en een reëel vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Regio.