ECLI:NL:RBDHA:2018:2950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verstrekking Nederlands paspoort
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om een Nederlands paspoort te verkrijgen zodat hij zijn zieke vader in Nederland kan bezoeken. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker reeds in het bezit is van een Israëlisch paspoort waarmee hij zonder visum naar Nederland kan reizen.
De rechter benadrukt dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet bedoeld is om een snellere beslissing in de hoofdzaak te verkrijgen. Er is geen sprake van een zwaarwegend spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 12 maart 2018.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.