ECLI:NL:RBDHA:2018:2934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse asielzoeker wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De Afghaanse eiser diende op 17 augustus 2015 een asielaanvraag in met het verhaal dat zijn vader door IS was onthoofd, zijn ouderlijk huis in brand was gestoken, zijn moeder mishandeld en zussen ontvoerd waren door IS. Hij vluchtte met zijn broer de bergen in en werd geholpen door een oom om het land te ontvluchten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de onthoofding van de vader en brandstichting niet aannemelijk waren, mede door gebrek aan objectieve bronnen en overeenkomsten met andere asielzoekersverhalen. Ook de bewering dat eiser als sjiitische Pashtun vervolging zou ondervinden, werd onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en landeninformatie waaruit blijkt dat de situatie in Afghanistan zorgelijk is, maar niet uitzonderlijk zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.