ECLI:NL:RBDHA:2018:2631

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2018
Publicatiedatum
7 maart 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 7029
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:32 Wet IB 2001Art. 6:35 Wet IB 2001Art. 6:39 Wet IB 2001
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aftrek giften aan ANBI vanwege niet-bestemming en drempelbedrag

Eiser heeft in 2015 giften gedaan aan twee algemeen nut beogende instellingen (ANBI's). De gift aan instelling 1 ter hoogte van €2.500 werd door die instelling doorgegeven aan een vereniging zonder ANBI-status, waardoor deze gift niet voor aftrek in aanmerking komt. De gift aan instelling 2 bedroeg €120 en bleef daarmee onder de aftrekbare drempel van €296.

Eiser stelde dat hij niet had gevraagd om de gift door te geven en dat instelling 1 dit zonder zijn medeweten had gedaan. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke bevestiging van instelling 1, waarin stond dat de gift 'zoals gewenst' was besteed, zwaarder woog dan de ontkenning van eiser. Bovendien had eiser tijdens telefonisch contact bevestigd dat de gift via de ANBI- instelling was opgezet vanwege de ANBI-status van die instelling.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Dirks op 6 maart 2018. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gift niet aan de voorwaarden voor aftrek voldoet.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 17/7029

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

6 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: J. Borgstijn),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 30 augustus 2017 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2015 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden [persoon 1] en [persoon 2].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In artikel 6.32, eerste lid, van de Wet IB 2001 is opgenomen dat aftrekbare giften zijn periodieke giften en andere giften. Ingevolge artikel 6.35 van de Wet IB 2001 zijn andere giften, giften aan instellingen, die ingevolge het bepaalde in artikel 6.39 van de Wet IB 2001 in aanmerking worden genomen voorzover zij met schriftelijke bescheiden kunnen worden gestaafd en voorzover zij samen zowel € 60 als 1% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek te boven gaan, en vervolgens tot ten hoogste 10% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek.
Onder instellingen wordt verstaan algemeen nut beogende instellingen (Anbi’s).
2. Niet in geschil is dat van de instelling waar eiser zijn giften aan heeft gedaan alleen [instelling 1] ([instelling 1]) en [instelling 2] Anbi’s zijn. De aan deze Anbi’s ([instelling 1] € 2.500 en [instelling 2] € 120) gedane giften komen, gelet op bovenstaande wetsartikelen, in principe in aanmerking voor aftrek. Blijkens de brief van 31 december 2015 van de stichting [instelling 1] is de gift, op wens van eiser, uitgegeven aan het project van de [vereniging]. [instelling 1] heeft de gift alleen maar doorgegeven en in die zin gefungeerd als loketinstelling. [instelling 1] heeft de gift niet gebruikt voor haar eigen Anbi doelstellingen. De [vereniging] zelf heeft geen Anbi status, daarom komt de gift van € 2.500 niet in aanmerking voor aftrek. De gift aan de [instelling 2] zou wel voor aftrek in aanmerking komen, echter dit bedrag komt niet boven de voor eiser in 2015 geldende drempel van € 296.
3. Eiser heeft nog aangevoerd dat [instelling 1] in de brief van 31 december 2015 dit wel zo op papier heeft gezet, maar dat hij nooit heeft gezegd of gevraagd dat de gift door moest worden gegeven aan de [vereniging]. [instelling 1] doet dat volgens eiser altijd zo. Eiser vertrouwde [instelling 1] en zij hebben het geld buiten hem om doorgegeven. Hetgeen eiser stelt maakt echter niet dat de gift daarom wel als aftrekbaar moet worden aangemerkt. In de brief van 31 december 2015 staat letterlijk dat de gift “zoals u wenste” is uitgegeven aan het project van de [vereniging]. De enkele ontkenning van eiser dat hij dat niet heeft bedoeld is onvoldoende om te maken dat de gift wel aftrekbaar zou zijn. Daarbij komt dat verweerder naar aanleiding van de voorgenomen weigering van de aftrek, telefonisch contact heeft opgenomen met eiser. Eiser zou daarbij hebben aangegeven dat de manier van doneren zo was opgezet omdat de [instelling 1] wel over een Anbi status beschikte en de [vereniging] niet. Eiser heeft dit onvoldoende weersproken.
4. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C. Stroebel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.