ECLI:NL:RBDHA:2018:2118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening Italië
Eiser, met de Malinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd geweigerd omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder baseerde dit op gegevens uit Eurodac waaruit bleek dat eiser illegaal via Italië de EU was binnengekomen. Italië heeft het verzoek tot overname geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege tekortkomingen in het Italiaanse opvang- en asielproceduresysteem, onder meer door de zogenaamde hotspotbenadering en een aanzeggingsbrief om Italië binnen zeven dagen te verlaten. Hij stelde dat verweerder zijn aanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigen dat de tekortkomingen in Italië niet ernstig genoeg zijn om overdracht te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het verzoek niet in behandeling heeft genomen en dat eiser zich bij problemen in Italië tot de Italiaanse autoriteiten moet wenden. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.