ECLI:NL:RBDHA:2018:2117
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 januari 2018 van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat verantwoordelijk is waar de asielaanvraag eerst is ingediend.
Uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser op 5 juni 2017 in Italië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Italië heeft het verzoek tot terugname van de zaak aanvaard. Eiser stelde dat hij in Italië geen asiel heeft aangevraagd en dat de omstandigheden daar slecht waren, met onvoldoende opvang en juridische informatie. De rechtbank oordeelt echter dat eiser wel degelijk een asielaanvraag heeft ingediend, zoals blijkt uit zijn eigen verklaringen en de Eurodac-gegevens.
De rechtbank gaat niet mee in het betoog dat de tekortkomingen in het Italiaanse asielsysteem zodanig ernstig zijn dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Dit oordeel is in lijn met eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De enkele persoonlijke ervaringen van eiser zijn onvoldoende om te concluderen dat sprake is van systematische tekortkomingen.
Daarom is er geen reden voor de Staatssecretaris om de zaak onverplicht aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter L.B.M. Klein Tank op 20 februari 2018 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.