ECLI:NL:RBDHA:2018:1950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Rohingya uit Myanmar
Eiser, een Rohingya uit Myanmar, diende op 7 juli 2015 een asielaanvraag in die werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid omtrent zijn afkomst. Na een eerdere afwijzing en uitspraak van de rechtbank in 2016, diende eiser op 18 januari 2018 een opvolgende asielaanvraag in met nieuwe documenten.
De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de overgelegde documenten geen nieuwe elementen of bevindingen bevatten die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de documenten deels reeds in de eerdere procedure waren betrokken en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij Rohingya is.
Eiser voerde aan dat hij de documenten pas recent kon verkrijgen en dat de vlucht van Rohingya's sinds september 2017 een nieuw feit vormt. De rechtbank volgde dit niet, oordeelde dat er geen bijzondere feiten of omstandigheden zijn die een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.