ECLI:NL:RBDHA:2018:1948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst en ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Oekraïense burger, diende op 4 januari 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor gevangenisstraf wegens dienstweigering. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van het feit dat Oekraïne een veilig land van herkomst is en eiser zich niet onverwijld had gemeld.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar dat het verhaal over de dienstweigering en de dreiging van straf niet aannemelijk is. Dit werd onderbouwd met feiten zoals het ontbreken van geldige oproepen voor militaire dienst, het probleemloos terugkeren naar Oekraïne, het verkrijgen van een authentiek paspoort en het ontbreken van aanwijzingen voor daadwerkelijke mobilisatie of straf.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser in hoger beroep, waaronder de stelling dat het paspoort door omkoping was verkregen en dat hij op de hoogte had moeten zijn van de laatste oproep. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het veilige land van herkomst en het ongeloofwaardige relaas.