Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
de Raad voor Rechtsbijstand
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn vanwege een procedurele gang van zaken rondom een ontbrekende bijlage bij een betalingsonmachtformulier.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat de bestuursrechter verzoeker alsnog de mogelijkheid gaf om de ontbrekende bijlage binnen een week toe te zenden en de zaak inhoudelijk te behandelen ondanks dat het verzoek om griffierechtvrijstelling nog niet was afgehandeld.
De wrakingskamer overwoog dat procesuele beslissingen in principe geen grond voor wraking vormen, tenzij deze zo onbegrijpelijk zijn dat zij een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid. Dit was hier niet het geval. Integendeel, de bestuursrechter handelde praktisch en coulant.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en is bepaald dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige wrakingskamer bestaande uit drie rechters op 12 februari 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.