Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
doorhaar bij het wegfietsen de woorden "Ik zie je nog wel een keertje" toe te voegen, tot het dulden van ontuchtige handelingen heeft gedwongen. Hoewel de rechtbank op grond van de aangifte van [slachtoffer 3] en de getuigenverklaring van haar vader, B. [slachtoffer 3] , er niet aan twijfelt dat verdachte deze of soortgelijke woorden tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd, is de rechtbank van oordeel dat dit niet heeft bijgedragen aan, en functioneel is geweest bij, het verrichten van de daaraan voorafgaande ontuchtige handelingen. Deze handelingen waren op dat moment – toen verdachte wegfietste – immers reeds ten einde.
,haar (beklede) borst
aanraken
aanrakenen
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
60 (zestig) DAGEN;
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijtoe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 4] een bedrag van € 791,30, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 22 januari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;