De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om de onmiddellijke terugkeer van zijn kinderen naar het Verenigd Koninkrijk te bevelen, nadat de moeder met de kinderen naar Nederland was vertrokken. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en de kinderen hebben zowel de Nederlandse als Britse nationaliteit.
Na een regiezitting en poging tot crossborder mediation, waarbij een spiegelovereenkomst werd bereikt maar geen overeenstemming over de verblijfplaats van de kinderen, handhaafde de vader zijn verzoek tot teruggeleiding. De rechtbank achtte het noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen vanwege de belangenstrijd en mogelijke verschillende belangen van de minderjarigen.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om met de kinderen te spreken over hun mening omtrent verblijf in Nederland of het Verenigd Koninkrijk, zonder de ouders daarbij te betrekken. De bevindingen moeten schriftelijk worden gerapporteerd aan de rechtbank en partijen, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.