ECLI:NL:RBDHA:2018:16227
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd in zaak over beëindiging opvang asielzoeker
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een asielbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard wegens internationale bescherming in Litouwen. Dit besluit bepaalt dat zij Nederland onmiddellijk moet verlaten en zich naar Litouwen moet begeven. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij de behandeling van haar beroep in de opvang kan afwachten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het asielbesluit van rechtswege de opvang beëindigt en dat de mededeling van het COA aan verzoekster over het verlaten van de opvang geen zelfstandig besluit vormt zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Ook is het geen handeling in de zin van de Wet COA, maar slechts een uitvoering van het asielbesluit.
Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat hij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep en verklaart hij zich onbevoegd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.