ECLI:NL:RBDHA:2018:16219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep inzake inzage en schadevergoeding persoonsgegevens gemeente Den Haag
Eiseres verzocht de gemeente Den Haag om inzage in haar persoonsgegevens op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De gemeente verstrekte een overzicht van de verwerkte gegevens, maar weigerde kopieën van de documenten te geven. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de verstrekte overzichten onvoldoende waren en dat de adviescommissie niet deskundig was.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente niet gehouden was alle gegevens te verstrekken, maar slechts die welke zodanig kenmerkend zijn dat eiseres daarmee geïdentificeerd kan worden. De wijze van verstrekking via overzichten voldeed aan de wettelijke eisen onder de Wbp. De bezwaren tegen de deskundigheid van de adviescommissie en het ontbreken van een hoorzitting werden verworpen omdat eiseres had afgezien van hoorzitting en de commissie voldoende deskundig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet was gebleken van onrechtmatig handelen door de gemeente. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over inzage in persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.