Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring onrechtmatig was verlengd omdat verweerder niet tijdig de executie van een onherroepelijk vonnis had ter hand genomen, zoals voorgeschreven in het eigen beleid van verweerder.
De rechtbank overwoog dat op het moment dat verweerder kennis kreeg van het vonnis en de executie daarvan, nog twee mogelijkheden openstonden: betaling van de boete of het uitzitten van vervangende hechtenis. Verweerder hoefde niet aan te nemen dat eiser niet zou betalen. Pas nadat eiser expliciet had aangegeven de hechtenis te willen uitzitten, werden de consequenties daarvan door verweerder in acht genomen.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring niet langer duurde dan noodzakelijk en niet in strijd was met het beleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.