ECLI:NL:RBDHA:2018:1542
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot boeddhisme en te late melding
Eiser, een Iraanse staatsburger, diende een asielaanvraag in na zijn komst naar Nederland met een visum voor familiebezoek. Hij stelde dat hij vanwege zijn bekering tot het boeddhisme en de daaruit voortvloeiende afvalligheid gevaar loopt bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht en eiser zich niet tijdig had gemeld.
De rechtbank bevestigde dat verweerder een vaste gedragslijn hanteert voor het beoordelen van bekeringen, waarbij motieven, proces en basale kennis van het geloof worden meegewogen. Eiser kon onvoldoende inzicht geven in zijn bekering en toonde geen basale kennis van het boeddhisme, waardoor zijn geloofwaardigheid werd verworpen. Ook de overgelegde rapporten konden dit oordeel niet wijzigen.
Verder werd het standpunt van verweerder gevolgd dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij als afvallige problemen zou ondervinden, aangezien hij nooit een praktiserend moslim was geweest. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het wachten met melden tot na een familiefeest niet verschoonbaar was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en te late melding.