ECLI:NL:RBDHA:2018:14863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van verkoopprijzen vergelijkingsobjecten
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat de waarde maximaal €455.000 bedraagt, gebaseerd op de VON-prijs vermeerderd met meerwerk en prijsstijging. Verweerder handhaaft de waarde van €521.000, onderbouwd met een matrix van verkoopgegevens van vergelijkbare woningen.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde de prijs in het economische verkeer betreft, welke niet gelijk hoeft te zijn aan de VON-prijs plus meerwerk. Jurisprudentie laat ruimte om af te wijken van de koopprijs indien aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet de werkelijke waarde weerspiegelt.
Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de stichtingskosten niet representatief zijn voor de waarde door de analyse van verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten, die een hogere waarde suggereren. De rechtbank acht de gehanteerde vergelijkingsmethode en onderbouwing voldoende en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €521.000 wordt ongegrond verklaard.